woensdag 2 februari 2011

De zwerver

Oorverdovend dringt de stilte tot me door
tal van schitterende fonkelingen
strelen het oog, maar raken niet

verder stroomt het koele water
bereikt haast vlekkeloos de monding

ik voel de ijzige noordenwind over
mijn lichaam snijden, ik ruik het bloed
dat kruipt over deze bank
die voelt warmer aan dan ik
die is al eerder naar hogere sferen
gemoeten, geloof ik

ik geloof dat ik
hem snel vergezel


© Jasper Vangaever


(Gedicht geschreven in het kader van het project 'Nachtgezicht')

donderdag 27 januari 2011

Herman de Coninckprijs voor Marc Tritsmans

Niet Stefan Hertmans, door velen als grootste kanshebber naar voren geschoven, maar wel Marc Tritsmans wint met Studie van de schaduw de vijfde Herman de Coninckprijs voor de Beste Dichtbundel. Met zijn gedicht ‘Uitgesproken’ wist Tritsmans bovendien ook het publiek het meest te bekoren.

De poëzie van Tritsmans wordt door de jury als eenvoudig, herkenbaar en toch verrassend beschreven. Vooral zijn behandeling van het detail, de anekdote en toevallige ontmoeting wordt geprezen.

De debuutprijs gaat dit jaar naar de 37-jarige Annemarie Estor voor Vuurdoorn me.

Op uitnodiging van Stichting Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen schreef Remco Campert de Gedichtendagbundel 2011, Een oud geluid.

maandag 8 november 2010

Harry Mulisch (1927-2010)

In memoriam mei

Ik, Harry Kurt Victor Mulisch, volle zoon van alle muzen
ik was de gloeiende bode van vuur, komend van niets
was ik op weg naar een brandnieuwe mythe.

Ik was het goudstof en de wind, ik was ibis, piramiden
ik was een ommekeer in inkt, ik was het duizendjarig licht
ik was de pijp, het Leidseplein, ik was een pupil van onsterfelijkheid.

Ik was de kogelvrije vlinder en de kern van alle oorlog
vulkaanzwemmer, godeneter, ik, de keizer van het lot
ik was de heimat, ik was ballingschap: ik was de Paradox.

En hier, binnen in dit eenpersoonsheelal, mijn blauwe labyrint
waar alle vingers doven – langzaam op de tast, hier bleef ik over.
De dood is mijn broekzak: Grote Eén gaat trap na oneindige trap.

Met de tocht in mijn botten en een uitzicht zonder god
zo blijf ik, Harry Mulisch, de ontdekker van uw hemel.
Ik was de brenger van letter en stof. En als u sterft, dan leef ik nog.

Ramsey Nasr


maandag 11 oktober 2010

De Nacht



Poëzie is een feest dat men in stilte viert
en knalt, het is het bruisen van je ogen
in het donker, het strelen van je handen
op de bodem, het is verdwijnen op de achtergrond
en langzaam weer tevoorschijn komen

Poëzie is honger naar de nacht die valt
de dag die komt, is honger naar de tijd
die wordt hersteld en uitverkoren

Het krakende ei presenteert de twaalfde gedichtendag met als thema 'Nacht'. Om het duister wat vorm te kunnen geven, zijn wij op zoek naar mensen met kippenvel die een zwak hebben voor poëzie, fotografie, kortfilm of muziek. Indien je interesse hebt om mee te werken aan een project dat je de daver op het lijf zal jagen of gewoon niet onberoerd zal laten, zend dan een mailtje met je naam, klas en interesseveld naar hetkrakendeei@gmail.com. En blijf vooral niet op je honger zitten!

maandag 10 mei 2010

Reactie Ensor

Waar geen haan naar kraait, daar piept James Ensor:

Ach hoe verleidelijk het ei
hoe het houdt van mij
hoe het kraakt en open breekt
en tegelijk dicht

mij met verve schildert met
slingers van verzen
confettisnippers van woorden

Och gij mensenstoet, poetst mijn blazoen niet op
maar kijkt en leest en viert de levenden
onder de doden