maandag 11 oktober 2010

De Nacht



Poëzie is een feest dat men in stilte viert
en knalt, het is het bruisen van je ogen
in het donker, het strelen van je handen
op de bodem, het is verdwijnen op de achtergrond
en langzaam weer tevoorschijn komen

Poëzie is honger naar de nacht die valt
de dag die komt, is honger naar de tijd
die wordt hersteld en uitverkoren

Het krakende ei presenteert de twaalfde gedichtendag met als thema 'Nacht'. Om het duister wat vorm te kunnen geven, zijn wij op zoek naar mensen met kippenvel die een zwak hebben voor poëzie, fotografie, kortfilm of muziek. Indien je interesse hebt om mee te werken aan een project dat je de daver op het lijf zal jagen of gewoon niet onberoerd zal laten, zend dan een mailtje met je naam, klas en interesseveld naar hetkrakendeei@gmail.com. En blijf vooral niet op je honger zitten!

maandag 10 mei 2010

Reactie Ensor

Waar geen haan naar kraait, daar piept James Ensor:

Ach hoe verleidelijk het ei
hoe het houdt van mij
hoe het kraakt en open breekt
en tegelijk dicht

mij met verve schildert met
slingers van verzen
confettisnippers van woorden

Och gij mensenstoet, poetst mijn blazoen niet op
maar kijkt en leest en viert de levenden
onder de doden

maandag 29 maart 2010

Oostende herdenkt Hugo Claus



“Daar is mijn bestaan begonnen te vergaan”


Hugo Claus verbleef van 1948 tot 1950 in Oostende.
Tijdens die jonge jaren maakte hij er de sprong naar zijn eerste roman, gaf poëzie uit, ging er boksen en gokken, hield er zijn eerste expositie, leerde er zijn eerste vrouw kennen.
Zijn sleutelroman ‘De verwondering’ speelt zich trouwens in Oostende af.
Ook zijn voorliefde voor Ensor is bekend, getuige de slotstrofe uit het gedicht ‘Oostende’:


Scherper in het licht van het Noorden
Zie ik het kinderlijk gezicht
Van de meester van Oostende verdoken in zijn baard.
Hij was van kraakbeen,
Toen van was,
Nu in brons.
Het brons waarin hij
Glimlacht om zijn morsdode jeugd.


Op verzoek van Veerle de Wit (zijn echtgenote) en uitgeverij De Bezige Bij is er nu de eerste officiële Claushommage in organisatie van het jonge kunstencentrum aan zee Vrijstaat O. en de provincie West-Vlaanderen.
Bij een veelzijdig kunstenaar hoort in elk geval een divers programma.

Op vrijdag 16 april houdt de vermaarde letterenman Gerrit Komrij een Clauslezing.
De volgende dag wordt in het Ensorhuis de tentoonstelling ‘Claus en Oostende’ geopend (tot zondag 29 augustus). ’s Namiddags is er een literair-historische wandeling met ‘De verwondering’ in de hand met bekend acteursvolk als Chris Lomme, Hilde Van Mieghem, Johan Heldenbergh, Koen De Graeve, Joke Devynck en Bruno Vanden Broecke.
Toen Claus' wilsbeschikking werd bekendgemaakt, stond daarin de wens om voor de kust van Oostende verstrooid te worden. Om af te sluiten wordt daarom een ‘stille wake’ op het strand gehouden (met de blik naar de oneindige zee gericht) opgeluisterd door illustere woordkunstenaars als Ramsey Nasr, Erwin Mortier, Tom Lanoye, Connie Palmen, Leonard Nolens, Gerrit Komrij en Remco Campert. Bert Ostyn van Absynthe Minded gaat hen in deze dodenmars vooraf.

Stilstaan bij Claus
Men zegge hem voort.

Info: www.vrijstaat-o.be/

donderdag 25 februari 2010

Verliefd op een masker

Ik heb een ontdekking gedaan
ik ben verliefd op een masker
jij vraagt je vast af welke onzin dit nu weer is
wel diegene met wie ik in een verbond van ringendragen zit
van haar hou ik niet

Het zijn niet haar lippen die ik kus,
maar de stugge kartonnen van haar mond
het is niet met haar dat ik de liefde bedreef maar met een paspop
zij is mijn liefste niet, ik huwde met haar beeld

Ik ben verliefd op haar masker
haar masker dat ze altijd droeg
althans tot voor kort
dus zag ik me gedwongen
haar terug haar masker op te zetten

En weet je wat, ze noemen mij nu moordenaar


© Thomas Belligh


(Gedicht geschreven in het kader van het Ensorproject)

woensdag 17 februari 2010

Daar stond ze
in een jurk fluwelen avondrood
een maand of twee maar net genoeg

Haar ogen
subtiel en gretig, hunkeren zich vrij
vergen tonnen moed

Haar blik
Satire, o satire
liters absint

Haar naam, ten slotte
het masker
mijn hele leven lang


© Daan Borloo


(Gedicht geschreven in het kader van het Ensorproject)